
Nieuws
Meer plantaardige producten in supermarkten, maar consumptie blijft achter
Het aanbod van plantaardige eiwitproducten in supermarkten groeit snel. In 2024 bestond 38% van het online supermarktassortiment uit plantaardige eiwitproducten, terwijl dit in 2023 nog maar 32% was. Toch aten Nederlanders in 2024 slechts een procentpunt meer plantaardig eiwit dan het jaar ervoor. 60% van onze eiwitten komen nu uit dierlijke bronnen, en 40% uit plantaardige.
Dit blijkt uit de Eiwitmonitor 2024, een jaarlijkse studie van Wageningen Social & Economic Research in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De monitor houdt bij hoe ver Nederlanders zijn in het behalen van de beleidsdoelstelling van 50% plantaardige en 50% dierlijke eiwitten in 2030. De eiwittransitie, waarbij het aandeel plantaardige eiwitten in ons eetpatroon toeneemt, is belangrijk voor de volksgezondheid en voor de duurzaamheid van ons voedselsysteem.
Grote rol voor supermarkten
“Supermarkten spelen een belangrijke rol in de eiwittransitie,” zegt onderzoeksleider Marleen Onwezen. “We zien een duidelijke groei in het assortiment plantaardige eiwitten, maar de consumptie volgt nog maar heel voorzichtig. Dat betekent dat er meer nodig is dan alleen een groter aanbod: de huidige norm is nog steeds dierlijk en er zijn meer stappen nodig in de voedselomgeving en het motiveren van consumenten om hun eetgewoonten te veranderen.”
Niet alleen is het aanbod plantaardige eiwitbronnen in supermarkten gegroeid, ook de prijsverschillen tussen plantaardige en dierlijke producten veranderen. Plantaardige eiwitproducten zijn nu gemiddeld 27% goedkoper dan hun dierlijke tegenhangers, terwijl dat in 2023 nog 17% was. Toch blijft de goedkoopste optie in de supermarkt vaak een dierlijk product, wat de overstap naar een plantaardig product minder vanzelfsprekend maakt.
Dierlijke producten in de meerderheid
Ondanks de groei van plantaardige opties zijn dierlijke eiwitproducten nog steeds in de meerderheid: 62% van het online assortiment bestaat uit vlees, zuivel en andere dierlijke eiwitbronnen. Ook krijgen deze producten meer marketingaandacht dan plantaardige alternatieven. Dat heeft invloed op consumentengedrag, want vlees, kaas en zuivel worden door veel consumenten als de norm gezien en scoren veel beter op bekendheid, gewoonten en kookvaardigheden dan plantaardige eiwitten.
“Belangrijke eetmomenten zoals het diner, etentjes buitenshuis en sociale gelegenheden blijven sterk gericht op dierlijke eiwitproducten,” zegt Onwezen. Daarentegen eten mensen op hun werk met collega’s vaker plantaardig: daar wordt de doelstelling van 50:50 al bijna gehaald. “Dat laat zien dat de voedselomgeving sterke invloed heeft op de keuzes die mensen maken.”
Er zijn ook verschillen tussen groepen zichtbaar. Zo eten vleeseters de meeste dierlijke eiwitten, maar ook flexitariërs hebben met 59% dierlijke eiwitten nog een sterk dierlijk eetpatroon. Pescotariërs (mensen die wel vis eten maar geen vlees) laten een meer plantaardig eetpatroon zien met 47% dierlijke eiwitten. Mannen eten in totaal meer dierlijke eiwitten dan vrouwen, maar de verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten verschilt niet significant tussen beide groepen.
Hoe kan de consumptie veranderen?
Uit de Eiwitmonitor blijkt dat peulvruchten, noten en zaden de grootste potentie hebben om de eiwittransitie te versnellen. Consumenten staan hier al voor open, maar passen hun gedrag nog niet aan. Vlees- en zuivelvervangers hebben het lastiger: ze worden minder positief beoordeeld en scoren lager op gewoonten en smaakvoorkeur en andere relevante voorspellers van gedrag.
Opvallend is dat de deelnemers aan de enquête meer voelen voor duurzame aanpassingen waarbij ze dierlijke producten kunnen blijven consumeren. Zo geeft ongeveer 40% aan bewust kleinere porties dierlijke producten te eten, en een derde van de deelnemers vervangt dierlijke producten door duurzamere alternatieven of kiest voor dierlijke producten met een keurmerk.
Voorbeelden van manieren om plantaardige consumptie te stimuleren zijn volgens de onderzoekers een voedselomgeving met meer aanbod, meer promoties, en meer variatie in plantaardige eiwitproducten. Ook prijsstrategieën, zoals subsidies op plantaardige eiwitten of minder kortingen op dierlijke producten, kunnen helpen om de balans sneller te verschuiven. “Hoewel de eiwittransitie langzaam gaat, laat de groei in het plantaardige aanbod zien dat supermarkten zich voorbereiden op een toekomst waarin plantaardige eiwitten een steeds grotere rol spelen. Er is echter meer nodig om de consument te laten meeveranderen,” zegt Onwezen.
Bron van de gegevens
De gegevens in de Eiwitmonitor 2024 zijn afkomstig uit meerdere bronnen, verzameld door Wageningen Social & Economic Research (WSER) in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Dit zijn een enquête onder 3.026 Nederlandse volwassenen; de Traqq-app voor consumptietracking (472 deelnemers); een geautomatiseerde data-analyse van 16.028 producten in het online supermarktaanbod; en vergelijking met eerder onderzoek, zoals de Voedselconsumptiepeiling van het RIVM en de Eiwitmonitor 2023.