
Project
B10 Suikers in gras
Uit voorgaande experimenten en de daaruit behaalde kennis is gebleken dat entherische methaanemmissie (CH4) bij weidegang, met name in het voorjaar, lager is dan verwacht. In dit vervolgonderzoek, zoeken we naar de verder onderbouwing hoe vers graskwaliteit de entherische CH4 emmissie beinvloedt zodat we emmissiefactoren in huidige modellen kunnen aanpassen.
Vers gras en weidegang kunnen bijdragen aan meerdere beleidsdoelen, maar in relatie tot CH4 emissie uit de pens van de koe (enterische CH4 emissie) worden vers gras en weidegang nog niet gezien als sturingsmechanisme voor de reductie van enterische CH4.
Dit project geeft inzicht hoe gras en weidegang bij kunnen dragen aan de gelijktijdige reductie van CH4 en ammoniak (NH3). De meta-analyse over de jaren 2020 en 2021 liet zien dat enterische CH4 emissie significant het laagst was voor volledige weidegang, daarna voor zomerstalvoedering en het hoogst voor een volledig graskuilrantsoen. Dit komt met name door lagere enterische CH4 emissies op basis van vers gras in het voorjaar. Op basis van de resultaten binnen dit project zijn er in een aanpalend praktijkproject berekeningen gemaakt in bedrijfsverband waaruit een reductiepotentieel op basis van vers gras van 3-12% (2021) naar voren komt. Om de resultaten meer praktisch toepasbaar te maken is in 2022 en 2023 onderzoek gedaan naar enterische CH4 emissie bij deelweidegang. Daarnaast is op basis van de resultaten van 2020-2023 duidelijk geworden welke hypotheses na 2023 onderzocht moet worden om de mechanismes waarmee vers gras de enterische CH4 emissie beïnvloedt volledig te kunnen verklaren. Dit is noodzakelijk om nationale emissiemodellen verder te kunnen ontwikkelen. Een juiste EF voor vers gras is essentieel om vers gras en weidegang op een juiste manier in te rekenen en in te zetten als maatregel om tegelijkertijd CH4 en NH3 te reduceren.