Publicaties

Rapportage meteo en infraroodmetingen Alphen aan den Rijn 2024

Dill, S.N.T.; Molenaar, R.E.

Samenvatting

Om te zorgen dat steden leefbaar en toekomstbestendig blijven is stedelijke groen een belangrijk onderdeel dat helpt bij klimaatadaptatie en het creëren van een prettige koele leefomgeving. Het TKI-project Eco-Systeem-Stad richt zich op de vraag hoe er een balans gecreëerd kan worden in de waterbehoefte van functioneel groen en de beschikbaarheid van water in een klimaatbestendige en natuurinclusieve stad. Alphen aan den Rijn dient hierbij als pilot waarbij we de daadwerkelijk verkoelende werking van bestaand en nieuw groen over een periode van tien jaar monitoren. Onze hypothese is dat de gevoelstemperatuur op zomerse dagen op de groene pleinen lager is dan op het versteende plein, en dat het verkoelende effect met het groeien van de bomen en planten op het recent aangelegde Stadhuisplein over die periode van tien jaar ook daadwerkelijk toeneemt.
Dit rapport documenteert de bevindingen van de infrarood, de continue meteo- en bodemvochtmetingen in Alphen aan den Rijn voor 2024. Er wordt gemonitord op drie locaties: een nieuwe biodivers beplante groenstrook, bij volgroeide rode beuken en een verhard stedelijk plein. Met behulp van thermografie, meteostations en bodemvochtsensoren is onderzocht en gekwantificeerd hoe vegetatie de stedelijke hitte vermindert en hoe zich dat uit in oppervlaktetemperatuur en gevoelstemperatuur.
Het jaar 2024 verliep warmer dan gemiddeld en kenmerkte zich door veel neerslag, met name het begin van het jaar. Er waren meerdere warme dagen, maar van een langdurige hittegolf was geen sprake. Op 12 augustus, een van de warmste dagen van het jaar, zijn de infraroodmetingen uitgevoerd. De resultaten lieten grote temperatuurverschillen zien tussen de vegetatie en verharde oppervlakken, waarbij de vegetatie significant koeler was. Met name schaduwplekken vertoonden oppervlaktetemperaturen die tot 19 °C lager waren dan verharde oppervlakken in de zon op het Rijnplein. Reflecterende materialen, zoals de glazen gevel van het Stadhuis, versterkten echter de lokale hitte door zonnestraling te reflecteren naar aangrenzende oppervlakken.
De meteodata lieten zien dat de gevoelstemperatuur flink op kan lopen richting de 35 graden Celsius tijdens een warme dag voor zowel het versteende plein als voor de groenstrook. Het meteostation bij de oude monumentale beuk liet zien dat het aanzienlijk koeler was en de gevoelstemperatuur onder de 30 graden Celsius bleef tijdens het heetst van de dag. Ook tijdens de nacht en de warme dagen erna bleven er verschillen te zien waarbij het op het versteende plein het langste warm bleef. Voor de zomerperiode van april tot en met september lag de luchttemperatuur op het versteende plein gemiddeld één graad hoger dan de groene locaties. De gevoelstemperatuur lag voor deze periode gemiddeld 1,5 graad hoger op het versteende plein dan bij de beuk. Ook waren er veel verschillen te zien in het bodemvochtgehalte tussen de geïrrigeerde groenstrook en bij de beuk waarbij de groenstrook meer bodemvocht bevatte dan de bodem bij de beuk. Bovendien bleef het bodemvochtgehalte constanter in de (geïrrigeerde) groenstrook tijdens de drogere maand augustus terwijl deze voor de beuk juist flink afnam.
De bevindingen onderstrepen het belang van stedelijk groen voor het verminderen van hittestress en het verbeteren van thermisch comfort. De verkoelende werking van vegetatie wordt beïnvloed door factoren als de waterbeschikbaarheid, conditie van het groen en lokale windomstandigheden. De meetresultaten benadrukken de noodzaak van de juiste materiaal- en vegetatiekeuzes in de stedelijke inrichting, maar ook het slim inzetten van irrigatie voor de vitaliteit van het groen en daarmee de leefbaarheid van de stad. In de komende jaren zullen meer meetresultaten worden verzameld en geanalyseerd om te kijken hoe het groen zich over de jaren heen ontwikkelt en de effecten daarvan op de gevoelstemperatuur.