Publicaties

Kreeftensterfte in de Oosterschelde : Een verkenning van mogelijke oorzaken

Schotanus, Jildou; Engelsma, Marc; Dirks, Caroline; Faassen, Els; Steins, Nathalie

Samenvatting

De onverklaarbare massale sterfte onder Europese zeekreeften (Homarus gammarus) in de Oosterschelde en de waarneming van verzwakte kreeften in het najaar van 2023 en het voorjaar van 2024 vormen een ernstig probleem. Zowel duikers als vissers merken op dat het bestand drastisch is gedaald en daarmee kan de sterfte ernstige gevolgen hebben voor zowel de kreeftenvisserij als het behoud van deze genetisch unieke kreeftenpopulatie. In dit verkennend onderzoek is een beperkt aantal kreeften uit de Oosterschelde, die door vissers als verzwakt werden binnengebracht, vergeleken met enkele kreeften uit de Grevelingen, waar geen abnormale sterfte is waargenomen. Er is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers, waaronder virussen, bacteriën en parasieten, en naar bekende toxines en zware metalen. Daarnaast is er een enquête gehouden onder kreeftenvissers om inzicht te krijgen in hun observaties met betrekking tot het "ziektebeeld" van de verzwakte kreeften en de afname in de vangsten. De resultaten van de analyses van de kreeften toonden geen duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van ziekteverwekkers, toxines of significante verschillen in metaalconcentraties tussen de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Hierdoor blijft de oorzaak van de sterfte en het beeld van verzwakte kreeften vooralsnog onverklaard. Uit de enquête bleek dat aan het begin van het kreeftenseizoen in 2024 op alle vijf locaties aanzienlijk minder maatse kreeften werden gevangen dan in 2023. Bovendien werden op alle locaties waar de deelnemende vissers actief waren, in 2024 zwakke of slappe kreeften aangetroffen. De enquête bracht daarnaast het volgende “ziektebeeld” aan het licht: aangroei op de kreeft, afwijkingen op het kopschild (zoals spikkels, puntjes en bloedingen), slappe kreeften, een levenloos aanvoelen, en minder vlees. Het gedrag van de kreeften werd beschreven als futloos en niet-agressief. Verdere monitoring en onderzoek zijn essentieel om andere mogelijke oorzaken, zoals omgevingsveranderingen en cumulatieve stressoren, te identificeren en te evalueren. Aanvullend onderzoek is nodig om factoren die mogelijk onvoldoende onderzocht zijn, beter in kaart te brengen. Voorstellen voor vervolgonderzoek en toekomstige activiteiten omvatten: • monitoren veranderingen in kreeftenbestand en populatiedynamiek; • screening op onbekende ziekteverwekkers; • onderzoeken van de impact van omgevingsveranderingen; • uitvoeren van analyses van de waterkwaliteit en vervuiling van sediment; • uitvoeren van experimentele studies naar stressfactoren kunnen helpen om de directe effecten van specifieke stressoren op de gezondheid en sterfte van kreeften beter te begrijpen; • samenwerking met vissers en systematisch verzamelen van hun kennis; • internationale samenwerking intensiveren door deelname aan ICES WGCRAB.